Van natuur tot gezegde.

Logeren bij Vlamingen in Frankrijk

Sinds enkele jaren brengen wij onze vakantie door bij Gunther, Ellen en Gilles van Le Silence du midi, gelegen te Comus, in het zuidwesten van Frankrijk, net op de grens van de Lanquedoc-Rousillion en de Pyreneeën. Niet enkel is het er zalig genieten en vertoeven, maar als natuurliefhebbers die een flinke wandeling niet uit de weg gaan, is het zo simpel en gemakkelijk om vanaf deze verblijfplaats te starten aan een flinke wandeling. Zoals de GR367 en de GR7b, ook wel Sentier Cathare en Chemin des Bonshommes genoemd. Zij grenzen aan het domein en brengen je door verschillende landschappen met telkens weer een overweldigende natuur.


Eén van onze jaarlijkse uitstappen is het prachtige Gorges de la Frau, met haar hoge kloven en spectaculaire uitzichten. Eveneens te bereiken vanaf het domein.



Onderweg zal je zeker gecharmeerd worden door de pracht van de vlinders die je soms letterlijk rondom je hoofd komen vliegen. En voor mezelf als herboriste en kruidenverwerkster is het zalig genieten van de schoonheid, de hoeveelheid en variëteit aan wilde planten.



Voor mij gaat er dan ook telkens weer een nieuwe wereld open wanneer er een plant mijn pad kruist, die ik voorheen nog niet heb gezien. Of wanneer mijn zintuigen volop aan het werk worden gezet bij het plukken en proeven van bosbessen. De geur van etherische oliën die vrijkomen wanneer je met je handen planten beroert, en die soms herinneringen in je los maken. Geluiden die uit het niets opduiken of iets vreemds dat je ziet en waar je het fijne over wil weten.


Adderwortel - Persicaria bistorta (Foto: Cindy Bex)

Kruisbladgentiaan - Gentiana cruciata (Foto Cindy Bex)

Steenanjer - Dianthus deltoides (Foto: Cindy Bex)

Veldgentiaan - Gentianella campestris (Foto: Cindy Bex)

Steenbreekvaren - Asplenium trichomanes (Foto: Cindy Bex)

De natuur als provisiekast

Dat wij als mens zeer dankbaar gebruik kunnen maken van de natuur om tot ons zelf of tot rust te komen, lijken wij alsmaar beter te begrijpen en toe te passen. En de kennis die onze voorouders vroeger hadden, om de natuur te gebruiken als gezondheid ondersteunend middel en als voeding, wint ook de laatste jaren weer aan belangstelling.

Dat dieren zoals vogels, eekhoorns, insecten enzoverder ook dankbaar gebruik maken van de natuur om te overleven is ook al lang geen nieuws meer. Maar als je soms kan zien op welke manier zij de natuur inzetten om te overleven dan sta ik soms toch wel even te kijken.


En dat gebeurde ook letterlijk wanneer mijn echtgenoot, met eveneens een passie voor natuur, maar dan meer bepaald voor alles wat zich voort beweegt en vliegt, er met zijn fototoestel op uit trok. Want hij had de Grauwe klauwier gehoord en gezien, en wilde dolgraag deze vogel, die eigenlijk ook bedreigd is, vereeuwigen met zijn fototoestel.


Grauwe klauwier van zeer ver, en met behulp van wat extra snufjes.

Vol enthousiasme trok hij er dan ook op uit om deze klus te klaren. Nog enthousiaster was hij wanneer hij terug keerde en me vertelde dat hij iets opmerkzaam had gezien. Hij toonde me een foto van een sprinkhaan, als een spies op een doornstruik. Een beetje luguber om zo aan je eind te moeten komen. Maar ook hier neemt en geeft de natuur. Want onze Grauwe klauwier is blijkbaar voorzien van een scherpe haaksnavel waarmee hij met gemak grote insecten, maar ook muizen en hagedissen kan vangen. Om dan vervolgens zijn naam ‘slager’, de vertaling van zijn wetenschappelijke benaming (Lanius collurio), alle eer aan te doen. Je zou het misschien van een vogel niet meteen verwachten, maar hij prikt dus zijn gevangen slachtoffers op een prikkeldraad of doornstruik zoals een Rozenstruik of Sleedoorn, om ze dan nadien vakkundig te ontleden en aan zijn jongen te voeren.




Sprinkhaan op een doorn van een Rozenstruik (Foto: Marc Fourier)


Van provisiekast tot duivelsstruik

Terug thuis van vakantie en alweer met mijn neus in de boeken om nog wat extra informatie in te winnen betreffende de Sleedoorn (Prunus spinoza), brengt het boekje Kris Kras Kruid van Mien Verdingh me terug naar de Grauwe klauwier. Want hierin beschrijft zij dat niet enkel de mens de Sleedoorn benut, maar dat de Grauwe klauwier een eigenaardige bezoeker is. Want hij gebruikt de Sleedoorn als een provisiekast, zoals ik hierboven beschreef. Hiernaast schrijft Mien Verdingh dat zulke eigenaardigheden de fantasie van de volksmens op gang bracht. Want een struik die dieren kon vangen moest toch zeker een duivelsstruik zijn. Maar duivelsstruik of niet, later ging de mens de Sleedoorndoornen gebruiken om er de worsten mee dicht te steken.

En vandaar het gezegde ‘ieder mens zijn zin, ieder worst zijn pin’, of iedereen wil zijn eigen keuzes kunnen maken.


Heb jij de Grauwe klauwier al ooit horen zingen? Luister hier even naar zijn lied

Wil je graag meer weten over de Sleedoorn? Schrijf je dan even in op mijn blogpagina en verneem er snel meer over.


Alvast tot een volgende keer!

Groetjes,


Cindy



77 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven